woensdag 24 maart 2021

Het probleem van de zwangerschap - Op mannenjacht met Marion van de Coolwijk

Waarom moeten we bij de jacht zo vaak aan vrouwen denken? Was de jacht niet juist een manier voor de man om even te ontsnappen aan het huis, aan de sleur en de morele druk van de vrouw? Toch begint het op te vallen dat er altijd vrouwen in het spel zijn wanneer ik het thema jacht weer tegenkom. Kan ook zijn dat het iets over mij zegt. Misschien gebruik ik dit thema om het over vrouwen te hebben, wat ik anders niet goed durf.

Terugdenkend aan de thriller Mannenjacht van Marion van de Coolwijk, dat ik 's nachts als luisterboek tot me nam, valt al meteen op dat de auteur een vrouw is. De doelgroep is ongetwijfeld de vrouw die zichzelf verdeeld voelt. Ze heeft, net als de man die ik hierboven typeerde, af en toe behoefte om te ontsnappen aan de sleur en de druk van de moraal. Zo ontstaan er twee tegengestelde idealiseringen. Thuis is heldin Els in gezelschap van Frank, een leraar met burn-out. Elders heb je Peggy, psycholoog en bordeeldirecteur. Peggy gaat op jacht naar mannen, die elkaar regelmatig ontmoeten op een jacht, het 'Mannenjacht'. Onder wie dus leraar Frank. Els ruikt onraad, en gaat op jacht naar Peggy.

Zo bezien is er een herkenbaar patroon, zij het dat de vrouwen nu de jagers zijn en de mannen de prooi. Het traditionele rolpatroon is doorbroken, omgekeerd. Toch is er in de tradities nog een rolpatroon waarin de vrouw jager is. Ik denk met name aan Artemis, of, zoals ze bij de Romeinen heet, Diana. Laat nu net die naam Diana voorkomen in de thriller van Van de Coolwijk. Als een herinnering aan de oude mythes, of misschien wel meer dan dat.

In de vorige blog uit deze serie maakten we al kennis met een moderne Diana. Ze combineerde seksuele ontremming met kuisheid. Maar de oude godin Diana heeft meer pijlen op haar boog. Ze heeft een gelofte van kuisheid afgelegd, en is tegelijk de godin met zorg voor de zwangerschappen. Een wonderlijke combinatie. Maar het is vooral deze combinatie die ons een sleutel in handen geeft om te zien in welk opzicht de vrouwenthriller meer is dan slechts een omkering van jager en prooi.

Nu doet zich meteen wel het probleem voor dat je bij de bespreking van een plotgevoelig boek niet mag spoilen. Dat risico valt dan wel weer mee als je zoals nu met mij als een marginale filosoof te maken hebt. Zelfs als die de plot verraadt, dan zal het de grote meerderheid hoe dan ook ontgaan. Wel kan ik gerust verklappen dat ik een overeenkomst zie van dit spoilprobleem met de kwestie van de zwangerschap. Het verhaal gaat zwanger van een ontknoping, en die zwangerschap moet je respecteren.

Er is nog een andere reden voor mij om terughoudend te zijn. De mythes rond godin Diana leren ons dat mannen op hun hoede moeten zijn. Denk aan Actaion die Diana naakt zag baden, met haar nimfen. Ze ontdekten de voyeur, veranderden hem in een hert en verscheurden hem. Ook helpt het niet om je te voor te doen als vrouw, zoals koning Pentheus die de geheime rituelen van de Dionysus-aanhangsters wilde bekijken. Zijn lot was al even fataal. Het is dus beter om het spoilgevaar te respecteren en enigszins in nevelen te spreken.

De Diana van de thriller Mannenjacht verschilt van de godin doordat ze wel zwanger raakt. Maar het is allerminst een prettige, gewenste zwangerschap. Dat heeft te maken met de rol van haar ouders, een liefdevolle vader en een moeder die hem en haar dochters binnen de perken probeert te houden. Liefhebbers van mythes zullen meteen denken aan de ontvlambare Juno, godin van het huwelijk, die steeds weer moet aanzien hoe haar man Jupiter vreemdgaat. Zo ook met de titanendochter Latona. Juno verjaagt haar als ze ontdekt dat ze door Jupiter is bezwangerd. Alleen het eiland Delos wil haar ontvangen. Daar baart Latona de tweeling Diana en Apollo.

Goed, de verhoudingen lopen niet helemaal parallel, maar dat is ook niet waarnaar ik op zoek ben. Het verband met de mythe wijst ergens heen, iets rond de kwestie van de zwangerschap. De zwangerschap die het merkteken bij uitstek is waardoor (vooralsnog) vrouwenrollen niet zonder restverlies overdraagbaar zijn op mannenrollen, en andersom. Hoe brengt Mannenjacht ons hierin verder?

Misschien heeft de kuisheidsgelofte van Diana iets te maken met het wrede lot van haar moeder Latona. Diana heeft zorg om zwangerschappen, vooral als die veroorzaakt zijn door liefdevolle vaders, vaders die iets té liefdevol waren. Daar ontstaan problemen die moeten worden opgelost. Het is dan niet raadzaam om niets te doen. Of, zoals het motto van de thriller al op de eerste bladzijde ons vertelt:

'Als je ergens voor gaat, heb je kans om te verliezen. Als je niet gaat, heb je al verloren.'

Was getekend: Barack Obama. We houden van Obama vanwege zijn positieve elan, en Obama houdt van ons. Maar er is dus iets aan de hand met die liefdevolle vaders...

Wat het precies is, dat kan ik u dus niet helemaal uitleggen. Maar goed, laat ik toch een tipje van de sluier oplichten. De actie van Peggy verkeert in zijn tegendeel. Ze wordt een soort Oedipous die steeds meer ontdekt hoe ze zelf betrokken is in de problemen die ze probeert op te lossen. Een belangrijke rol speelt daarin een scène, waarin ze bevestiging voor haar plannen zoekt bij haar zus Diana. Die zit in een ggz-instelling in het bos. Het is herfst. Peggy houdt van de herfst. De natuur gaat dood, maar maakt zodoende plaats voor nieuw leven. Diana kan haar zus niets vertellen, in haar geestelijke toestand. Wel kan ze via een tekening iets op indirecte wijze duidelijk maken.

En zo belanden we langzaam in het domein van het orakel. De vrouw als spreekbuis van de god, of de god zelf die spreekt via een vrouw. Hoe dan ook zijn vrouwen altijd uitgeleverd aan orakels. Ze hebben zorgen, willen iets rechtzetten, maar daarvoor is meer helderheid nodig dan hun doorgaans wordt gegund. Onder deze omstandigheden loopt nietsdoen uit op een ramp, maar actie ook. En ze kunnen geen verhaal halen bij Obama, want die had hun niets beloofd...

Hoe deze tragiek overigens samenhangt met de politieke problemen van Amerika, hadden we verkend via de film Se7en. Ook daar was de zwangerschap het teken des onderscheids. Rechercheur Brad Pitt wil de misdaad bestrijden, maar zijn vrouw is zwanger en kan dit niet met hem delen, precies doordat Brad steeds op pad is. Ze komen van het platteland, en begrijpen de stad niet. Het is niet altijd erg als je de stad niet begrijpt, maar wel als je zwanger bent en niet wil dat je kind opgroeit in een misdadige wereld. Dan val je makkelijk terug op liefdevolle vaderfiguren de je van alles beloven.

Het probleem met die vaders is dat ze teveel of juist te weinig macht hebben, en in beide gevallen dus niet stuurbaar. In de mythes hebben ze ingezien dat je het huwelijk beter aan de moeder kunt overlaten, maar die is weer niet machtig genoeg om die vaders in de hand te houden. En zo blijven de drama's zich ontrollen.

Misschien is er toch zoiets als een oplossing, of een verandering van blikveld. In Mannenjacht krijgt Peggy jeugdfoto's onder ogen (waarover ik niet teveel mag zeggen). Het gezin bezoekt de dierentuin van Emmen. Op de achtergrond staat een mannetjesleeuw met zijn bek open, waarbij zijn glinsterende tanden volop zichtbaar zijn. Ook op andere momenten van de thriller speelt de natuur een niet te overschatten achtergrondrol. De mannenboot ligt in de zee, het element van geborgenheid dat ineens kan omslaan in een bedreiging waarin je geen houvast meer hebt.

Diana is de godin die vertrouwd is met de elementen. Er wordt verteld dat ze de jager Orion doodde, en hem veranderde in de bekende sterrengroep. Orion was volgens mythenverzamelaar Pseudo-Apollodorus een enorme mannenfguur, en uit de aarde geboren. Maar Poseidon gaf hem het vermogen om over zee te wandelen. Steeds verloopt de jacht via de elementen waarmee Diana vertrouwd is.

Ook voor christenen of post-christenen is die vertrouwdheid met de elementen van belang. Diana heeft best wel kenmerken overgedragen op Maria, de maangodin zien we terug in de bekende beelden waar Maria op de maansikkel staat. Maar is Maria niet ook kuis, en tegelijk zwanger? Ik kan het niet laten om in dit verband te wijzen op mijn begaafde zus, genoemd ook naar Maria, die een mooi boek heeft geschreven met de titel Vol verwachting - In gesprek met kinderloze moeders. Ergens moet er toch een zinvol verband bestaan tussen de liefdevolle vader en de elementaire natuur, waarmee vrouwen door het probleem van de zwangerschap vertrouwd zijn. Laten we zeggen dat vrouwen ons mannen in verband kunnen brengen met iets groters, wat ons mannen ertoe kan brengen ons in te tomen, een beetje respect en voorzichtigheid te betonen.

Ik moet het hierbij laten, uit voorzichtigheid zoals gezegd. Maar ook om de suspense te respecteren, de zwangerschap zoals we die terugzien in bijvoorbeeld thrillers. Zijn vrouwen zoals gezegd overgeleverd aan orakels, mannen zien de problemen niet. Ze verbroederen zich al drinkend op hun jacht, hangen burn-out of bloggend op de bank.

maria maansikkel


vrijdag 20 oktober 2017

Godin van de jacht

Diana staat bekend als een van de maagdelijke godinnen. Lees je Heleen van Royen, dan denk je niet in de eerste plaats aan een maagd. En toch is de maagdelijkheid misschien een sleutel die we nodig hebben om haar innerlijke domein te penetreren.

Ik heb Godin van de jacht 's nachts als luisterboek tot me genomen, in flarden. De nacht is de tijd van Diana, de godin van de maan ook. Je wordt een beetje geschift en vindt even niemand anders met wie je dit gevoel kunt delen. De volgende stap is dat je je vertoont aan anderen. Zoals ik nu hier aan u, en Heleen dus aan mij, via de stem van Marjolein Algera. We delen dit geheim van de eenzaamheid en weten voortaan ook overdag dat we onder onze kleren naakt zijn.

Het boek draait dus om de ik-figuur. De anderen zijn haar prooi. Het is van belang dat de ander geen meester is, geen jaloerse meester. Hij moet worden omgetoverd in een kind of vluchtige schim. Hij komt even langs en verdwijnt weer. In een vloeiende beweging leidt het boek ons van de stevig neukende Joshua naar de op bevel masturberende Joshua. Tussendoor maken we (een beetje) kennis met echtgenoot Oscar (ik denk dan meteen aan Die Blechtrommel) en cursusleider Tim Kloosterziel, een naam die me meteen doet denken aan maagdelijkheid.

Tussendoor hoor ik Diana bidden tot God. Ze biecht de zonde op die erin bestaat dat ze niet veilig heeft gevreeën en belooft dit nooit meer te doen. Maar vergeefs, uiteindelijk is ze zwanger geraakt en moet ze abortus plegen, haar welverdiende straf. Maar het is een straf die zoals je van God kunt verwachten meteen ook bevrijdend werkt. Diana krijgt geen kind erbij. Want kinderen zijn hinderen voor deze maagd.

De kinderen moeten daarom worden verbannen. We kennen Diana's wreedheid, Ifigeneia moest ooit worden geofferd omdat haar vader een hert uit haar heilige woud had geschoten. Kinderen mogen dan misschien niet schuldig zijn, ze brengen wel redding omdat je je op hen ongestraft kunt afreageren. Daarom worden de kinderen in deze roman permanent vervloekt. Ze worden vervloekt of geaborteerd omdat ze Diana alleen zo kunnen redden, met haar maagdelijkheid.

Diana lijkt een actieve, ondernemende vrouw. Dat is ze zeker wel, maar vooral als magisch sprekende vrouw. Ze betovert de wereld door te vloeken, bevelen, betoveren, bidden. Ze krijgt de recensies ongewild op haar hand die haar verwijten dat ze haar personages geen leven gunt, de recensies behandelen Diana zelf als een prooi en hebben niet door dat ze zelf betoverd zijn door de maanzieke Diana.

Alleen ik, zo droom ik wanneer ik bij de roman in slaap val en weer wakker word, alleen ik kan doordringen tot de eenzaamheid van deze maagd Diana, doordat ik deze blog schrijf waarmee ik alles om me heen betover, ik heb de maagd Diana weer even teruggetoverd in een vrouw van wie we kunnen houden, op afstand en met mijn sleutel ferm in mijn hand.Afbeeldingsresultaat voor actaeon


zondag 1 januari 2017

De jacht tussen natuur en cultuur

De Zwitserse filoloog Karl Meuli kwam in 1946 met een belangrijke these over het offer (ik heb me een paar dagen geleden naar aanleiding van Laurens ten Kate verdiept in het offer, zo kom ik erop). Dat zou ontstaan zijn uit de jacht. Dat concludeerde hij uit allerlei acheologische vondsten. De jacht werd in grotschilderingen vaak weergegeven als een ritueel. En bij de rituelen wordt een jacht in scène gezet. In het boek Homo necans (1972) gaat de Duitse classicus Walter Burkert in op de bevindingen van Meuli. Vondsten van beenderen van holenberen getuigen van de praktijk van Neanderthalers dat ze de beren na hun dood en na consumptie bijzetten in een grot. De beenderen werden zorgvuldig gerangschikt. In culturen van diverse continenten werden 'berenfeesten' georganiseerd, rituelen rond de jacht op beren.

Kunnen we deze continuïteit ook viceversa interpreteren? Zit er in elke jacht niet de idee van een religieus offer? Hoe dan ook is het moeilijk beide fenomenen te verdelen over verschillende historische stadia. Op het moment dat je de jacht uitbeeldt krijgt het al de trekken van een ritueel. Beelden kun je nu eenmaal niet eten en daarom lijkt het ritueel (uitbeelding, feest) geen biologisch voordeel op te leveren.

Voor Agamben is aan deze these belangrijk dat het geweld (van de jacht en het offer) geen biologisch gegeven is. Hoezo van de jacht? De mens is in biologisch opzicht niet erg geschikt voor de jacht. Om die te verklaren hebben we dus een andere dan een biologische verklaring nodig. En die is er niet, behalve het offer dat de cultuur sticht. De breuk met de natuur die wordt verbeeld in de cultuur vindt dus plaats in het offer, dat in continuïteit met de jacht moet worden gedacht.

Hoe moeten we deze voorstelling rijmen met het gegeven dat ik eerder in deze blogserie behandelde, het biologische onderscheid tussen roof- en prooidieren? Lezen we Burkert, dan probeert deze juist een biologische oorsprong van jacht en ritueel te vinden. Tegelijk gelooft hij op basis van culturele patronen, zeg maar de 'taal', dat er een 'ultieme betekenisgever' moet zijn die tegelijk niet tot deze gegevens kan worden herleid. Zo probeert Burkert biologie en religie in een relatie van continuïteit te brengen. De biologie verklaart de religie, maar evengoed verklaart de religie de biologie.

Een dominant motief in de biologische verklaring van de jacht is de angstreflex. De jacht zou dus wel in functie kunnen staan van het overleven. De belangrijkste reden dat Burkert toch blijft geloven in een ultieme betekenisgever is dat de biologische gegevens te complex en meerduidig zijn om er de taal mee te kunnen verklaren.

Het lijkt er dus op dat Agamben een beetje overhaast te werk gaat wanneer hij Burkert inzet voor zijn uitleg van de grondeloosheid van het offer. Ik zou op grond van wat ik van Burkert lees eerder voelen voor een Deleuziaanse uitleg van de realiteit als chaos, waarin diverse menselijke praktijken - wetenschap, filosofie en kunst - op verschillende manieren een 'coupure' aanbrengen om zich tegen die chaos teweer te stellen.

Betekent dat automatisch dat we de fundering van het offer in zichzelf of in een andere realiteit moeten opgeven? Nee, dat ook weer niet. Je vindt bij zowel Deleuze als Agamben een grote sympathie voor neuropsychologische verklaringen, al worden ze bij Deleuze ook kritisch geherformuleerd volgens zijn filosofische schema's. Het is dus niet al te ver gezocht om de kwestie of we het offer kunnen funderen in reflexmatige reacties open te laten.

Ik zou wel eens willen weten welke betekenis het gegeven dat predatoren ook altijd prooidieren zijn kan hebben voor de cultuurfilosofie. We zijn vaak geneigd het geweld van de cultuur te interpreteren in actieve zin, als gevolg van een aanvalsdrift. Maar is het niet evengoed (of evenmin) het gevolg van een angstprikkel? Angst en agressie gaan vaak samen, met name in de verschijningsvormen van religie hedentendage. Geweld zouden we dus niet te snel in actieve zin moeten opvatten en we zouden vaker kunnen denken aan een uitleg in passief-actieve zin, of als 'medium' (de latere Agamben schuift deze tussenvorm geïnspireerd door het Oud-Grieks en door Spinoza enkele keren naar voren).

Er hoeft dus niet noodzakelijk een ultieme betekenisgever te zijn, evenmin als een natuurlijk lichaam dat zijn betekenissen ontvangt vanuit de cultuur, of andersom. Zijn we eenmaal in staat om (weer) volgens het medium te denken, dan hoeven we ook de fundering van de cultuur in het offer niet per se te denken in termen van negativiteit, van een verhouding tot een bestaande grondeloosheid. De zelffundering van de cultuur is niet per se of uitsluitend op te vatten als reactie op een oorspronkelijke negativiteit, maar kunnen we evengoed (of evenmin) opvatten als een positief gegeven waarin natuur en cultuur twee kanten van eenzelfde medaille zijn, kanten die zich voortdurend verenigen en splitsen.
Afbeeldingsresultaat voor berenfeest


vrijdag 16 december 2016

De dienst die Jean-Pierre Geelen mij bewijst

Het viel me al meteen op toen ik aan deze serie begon, en ik heb het ook vermeld: Jean-Pierre Geelen van de Volkskrant schrijft graag over de jacht en met jachtmetaforen. In het jaloerse mij heft zich het lied aan van Schubert:
Was sucht denn der Jäger am Mühlbach hier?
Bleib, trotziger Jäger, in deinem Revier!
Hier gibt es kein Wild zu jagen für dich,
Hier wohnt nur ein Rehlein, ein zahmes, für mich.
De jager moet dus met zijn fikken van de mooie molenaarsdochter afblijven. Aan het eind van het korte lied krijgt hij toch nog een taak toegewezen. Hij moet de evers maar afknallen die de Kohlgarten van de schone aanbedene komen plat trappen.

Het lijkt erop dat mijn jager Jean-Pierre Geelen zoiets inderdaad doet. Hij pakt voor mij de evers aan die het gebied van mijn prooi verstoren. Hij pakt vandaag De Telegraaf aan, die de hoorn blaast omdat de Belgen de krant overnemen, hij pakt eigenlijk voortdurend mensen en misstanden aan en veegt daarmee mijn tuintje schoon.

Mijn tuintje, dat is toch wel de filosofie. Het is de molen waar de door mij aanbeden filosofen alles vermalen zodat ik er weer brood van kan bakken en ervan kan smullen. Ook nu weer sta ik op het punt over te schakelen naar de prachtige beschouwing van Agamben over het 'trefo' (voeden) van Aristoteles dat ik dan weer kan gebruiken voor een verrassende beschouwing over opvoeding en onderwijs.

Maar helaas en vooral ook gelukkig. De lezer ziet ongetwijfeld liever dat de zanger zich verdrinkt in de beek omdat uiteindelijk de mooie molenaarsdochter toch door de jager wordt weggekaapt. De lezer luistert graag naar het kabbelen van de beek dat troost biedt voor de hartverscheurende afgang van de zanger, de lezer weet dat het altijd al de beek was die zong door het zingen van de zanger.
Gute Nacht, gute Nacht!
Bis alles wacht,
Schlaf aus deine Freude, schlaf aus dein Leid!
 Der Vollmond steigt,
Der Nebel weicht,
Und der Himmel da oben, wie ist er so weit!
Mocht het dus nog van z'n beschouwing over voeding komen, dan weet u alvast dat Jean-Pierre Geelen mij voor was. Niet omdat de filosofie hem interesseert: die blijft vooralsnog mijn vluchtgebied. Maar wel omdat hij de nieuwsfeiten voor me behandelt, hij maakt ons duidelijk hoe we ons voeden met roddels die weer nieuwsfeiten opleveren, en daarmee de wereld tevoorschijn toveren die we om ons heen zien, zodat er in dat bos voor mij als kritisch denker geen prooi meer overblijft. Soms treft Geelen zelfs twee prooien met een schot, waaronder een evert:
Twee jaar geleden was De Telegraaf ook op oorlogspad. Het bedrijf wilde de NRC kopen. Was dat gelukt, dan zou columnist Youp van 't Hek collega zijn van 'de gluiperige roddelkont Evert Santegoeds & consorten' - een brug te ver: hij zou vluchten. Benieuwd met welk wapen Youp zich morgen gaat redden.

 Afbeeldingsresultaat voor evert santegoeds

zondag 25 september 2016

De verdediging van de dode

Voor Milan Kundera had ik niet veel bewondering. Ik vond zijn filosofische intermezzo's in zijn romans irritant. Maar van een vriend kreeg ik zijn essayboek Verraden testamenten, en ik moet bekennen dat ik door Kundera aan het denken word gezet over zaken die ertoe doen

Een van de vele lichten die Kundera laat schijnen over de kwestie Max Brod, want die staat centraal in zijn boek, is de idee dat de literaire schrijver het morele recht heeft te beschikken over zijn werk. Kafka gaf Brod herhaaldelijk de opdracht zijn werk na zijn dood te vernietigen. Maar zoals bekend heeft Brod zich aan die opdracht niet gehouden.

Nu luidt de verrassende ontknoping dat Kundera de wil van de schrijver weliswaar als een wet beschouwt, maar de mogelijkheid openlaat dat we de wet overtreden. Je moet er dus eerlijk over zijn. Wat ik doe mag niet, maar als ik dat toegeef is het minder erg.

Op dit punt wordt Kundera weer irritant voor mij. Brod noemt hij een mysterie omdat hij geen respect heeft voor het eigendomsrecht van zijn beste vriend, maar zelf is hij evenmin bereid dat recht te respecteren. Het is namelijk onmogelijk de drie grote romans van Kafka te verbranden als je eenmaal tot je laat doordringen welke wijsheden ze ons te bieden hebben.

De actualiteit van deze problematiek geldt onverkort in onze dagen. De dode moet zijn organen doneren, al behouden hijzelf en zijn nabestaanden het recht om dit te blokkeren.

De problematiek is verder van alle kanten belicht door denkers die ik met fascinatie lees: Levinas over de schaamte, Derrida over het testament en Agamben over de wet die geldt en niet moet worden verward met de schuld van de aangeklaagde.

Hoe irritant ook, of misschien wel evenzeer daarom, via Kundera leer ik iets over een soort jacht die uit is op de vernietiging van de prooi. Eerder hebben we gezien dat de jager er juist belang bij kan hebben zijn prooi in leven te houden. Dat speelt ook hier. Om het oordeel over Kafka te onderstrepen moeten we hem de hemel in prijzen, zijn werk volledig laten drukken. We moeten de 'verraden testamenten' bekritiseren om onze claim op de erfenis kracht bij te zetten.

En toch zien we als we Kundera lezen dat de kracht van de vernietiging lijkt te domineren. In de totalitaire samenlevingen waren aanklachten niet gericht op correctie maar op vernietiging van de burger. Het proces van Kafka past daarin omdat Joseph K zich steeds meer identificeert met zijn aanklagers, daarin schuilt de hele zin van de Bildung die hij ondergaat. In de westerse samenlevingen ziet Kundera evenzeer processen die uit zijn op de vernietiging van het individu, met name in de rockmuziek en in de media die de grens tussen privé en openbaar opheffen. En passant lijkt het of hiermee ook de schaamte is opgeheven, de schaamte die bij Joseph K nog lijkt te overleven.

Uiteindelijk is het niet de schaamte maar de liefdevolle herinnering die rest. Kundera schuift het beeld naar voren uit zijn eigen roman, Het boek van de lach en de vergetelheid, van het personage Tamina die haar echtgenoot verloren heeft maar niet in staat is hem als dood te beschouwen. Zo regisseert Kundera misschien zijn eigen nagedachtenis, denk ik dan, omdat het voor hem onmogelijk is dat niet te doen.

Precies zo onmogelijk is het mij deze notitie ongepubliceerd te laten. Ik temper het vernietigende geweld van mijn blogs door ze prijs te geven aan een vluchtig medium. De grens tussen privé en openbaar wordt erin gereconstrueerd als een dun gordijn, een mist zou je kunnen zeggen. Niet de mist die Kundera waarneemt rond Majakovski en waaraan we recht moeten doen in ons oordeel. Eerder een geconstrueerde mist, een mist die wel moet leiden tot mistkenning.

Afbeeldingsresultaat voor boekverbranding


zondag 28 augustus 2016

In de film komt de vos

Zojuist keken we bij Zomergasten naar de klassieke scène. De ganzen betreden de oever, ergens in de Oostvaardersplassen. Gevaar dreigt! En ja, daar daagt de vos op. Hij jaagt een tijdje op de ganzenkuikens en weet er uiteindelijk een te vangen.

De muziek en de montage maken ons duidelijk dat zich een heus drama afspeelt. Alle oneindig geduld van Ruben Smit is ergens goed voor geweest. We zien nu dat de natuur niet saai is! En zo worden we opgevoed, zeg maar gebildet.

Zomergast Andrea Maier glundert, lacht en zuigt haar lach weer gretig binnen. Het is allemaal spectaculair en provocerend. Haar onderwerp: ouderen die gezond honderddertig worden!

Waartoe worden we geëduceerd? Moeten we wetenschap interessant vinden? Moeten we via de wetenschap de natuur interessant vinden? Moeten we via de genii de wetenschap en de natuur interessant vinden?

Of moeten we helemaal niets, juist omdat we honderddertig kunnen worden? Juist dan kunnen we denken: kan altijd nog, die natuur, die wetenschap. Eerst maar eens doen wat we nu interessant vinden, namelijk kijken hoe Thomas Erdbrink zo ontzettend zijn best zit te doen. En hoe het maar niet wil.

Afbeeldingsresultaat voor vos ganzen

woensdag 24 augustus 2016

Niet te onderscheiden

Zojuist las ik het bericht dat in de bossen tussen Servië en Bulgarije een vluchteling is neergeschoten. Het betreft een jonge Afghaanse man. Toevallig werd er in het gebied gepatrouilleerd en gejaagd op wild. Nu ja, toevallig,,, Premier Vucic van Servië laat de patrouilles uitvoeren omdat er steeds maar migranten en vluchtelingen Servië binnenkomen.

Even analyseren. Er zijn enkele zaken in het bericht onhelder. Het gaat om een grensgebied tussen twee staten, het gaat om twee verschillende groepen die met wapens rondlopen. Het is nog onduidelijk of er met opzet is geschoten en door wie. Bij het slachtoffer stonden vier jagers, en een van hen is aangehouden. Meer weten we vooralsnog niet. Kortom, gaat het wel om een jacht?

Wij stellen ons de jager voor als een heer die trots het beheer voert over zijn gebied. Maar soms schaamt de jager zich, en soms vertrouwt hij de communis opinio niet. Allebei redenen om zich gedeisd te houden. Het bos wordt zijn revier, de neutrale beheerderstaal wordt zijn verstek.

Is het zo dat we de jager bij dit incident verdenken? Nee, ik ben meer geïnteresseerd in de mogelijkheid dat er in deze jacht, in elke jacht wellicht, iets ononderscheidbaars zit. Het is onmogelijk om te weten of het bij de jacht inderdaad om de jacht gaat. Er lopen andere mensen in de buurt, en die anderen zijn geen indringers, niet zonder meer. Het kan de jager goed uitkomen dat er patrouillerende agenten en vluchtelingen door zijn gebied lopen. De jager kan zijn schot tot een incident maken, hij verschaft de agenten het alibi van het schietincident. En al evenzeer verschaft hij de politici de wereldvisie van het gebied. De staat wordt dankzij de jacht gezien als een gebied waarin vluchtelingen gezien worden als indringers, illegalen of vogelvrijen.

Goed, de jager is gearresteerd. Het lijkt nu of hij zelf de verbannene is. De media roepen de hoon over hem af.

Alleen al door deze overwegingen, niet noodzakelijk mijn overwegingen, maar overwegingen die ronddansen rond het incident, ontstaat een woud van aspecten en vertakkingen. Kronkels, sommige evident onterecht, andere geven een vaag gevoel van bevreemding en ongemak.

Het resultaat is dat we het niet precies weten, omtrent de jager. We vinden de kogel in de borst van de vluchteling, maar is die kogel niet ook een beetje van iedereen?

Afbeeldingsresultaat voor grens bulgarije servie

donderdag 18 augustus 2016

Ik wil het niet zien

Ook weer zo'n rare discussie dezer dagen in de Volkskrant. Het lijkt er sterk op dat tandartsen en atleten het wild opzoeken om het op een spectaculaire manier te doden. Er verschijnen foto's, en het verbaast mij niets dat het veel ophef veroorzaakt.

Kortom, er ligt tegenwoordig een link tussen de jacht en het spektakel.

De argumentenmachine blijft natuurlijk doordraaien. Iedereen wordt vriendelijk aan het woord gelaten door de media's, de voor- en tegenstanders. Er wordt een meer of minder subtiel sausje over de argumenten gegoten waaruit de ideologie van de krant of zijn lezers mooi aan het daglicht komt. Op een natuurlijke manier naar voedsel zoeken bijvoorbeeld. Of de dierenbescherming bij monde van Camille Courbois, 'je weet nooit wat je aanwakkert'.

Het lijkt wel filosofie. Toch zit daar volgens mij niet de echte filosofische portee. Het gaat niet om het vinden van de juiste rechtvaardiging of veroordeling met de adequate argumenten. De filosofische portee van dit soort berichten zou wel eens kunnen zijn dat we niet willen weten waardoor we precies aangewakkerd worden. De argumenten hebben niet de functie ons denken over deze zaak te verhelderen, maar om de verheldering tegen te gaan.

Wat zou er uit de bus kunnen komen wanneer we de zaak zouden proberen te verhelderen? Zouden we wetenschappers worden die alle feiten geduldig op een rijtje zouden zetten? Daar komt over het algemeen weinig uit. Een beetje dit, een beetje dat. Ik verwacht er niet veel van, en je mist dan meteen het spektakel, dat zo wezenlijk is voor wat hier gebeurt.

Nee, het zou ons eerder oog in oog brengen met de existentie als zodanig. Wij en de beer, dat is waar ons leven op neerkomt. We hebben een beleid en alle beheersmiddelen. Maar dat zit ons niet lekker, want het geeft te weinig drama. En drama hebben we nodig om de vage wereld te verdichten tot een moment waarop alles in een keer helder is.

Liever doen we die maximale beheersmiddelen dus aan de kant. Ben je speerwerper, dan hanteer je de speer. Ben je columnist, dan breng je de beschaving in het spel. Maar liefst wel met de camera erbij omdat het verschil tussen barbarij en beschaving anders niet te spotten is.

Het is dus het spektakel dat ons verbindt met de jager. Bowmar heeft gewonnen als we zijn filmpje toch even hebben gekeken.


Afbeeldingsresultaat voor speer met camera

maandag 18 juli 2016

Een schitterende wake van Shonibare



Hoe kan het toch dat de vos zo vaak opduikt in fabels en verhalen over de jacht? Is het soms omdat hij zelf ook jager is? Misschien bejagen we de vos zo graag omdat we in plaats van een prooi een jager beschieten. Natuurlijk is de vos in de jacht een prooi, en het kan dus zijn dat we de zaak beduvelen door de vos te bejagen. Onder het mom van de bescherming van de kippen leven we onze moordlust uit.

Hoe dan ook, je komt bij het denken over de jacht zoals we hebben gezien al gauw in een schimmenspel terecht. Ik sprak van regressie toen ik vaststelde dat het kijken naar de jager zelf gaat lijken op een jacht. Die regressie is verwarrend, omdat het moeilijker wordt om jager en prooi te onderscheiden. Verwarring zagen we ook in het relaas van Zygmunt Bauman, die de jacht op koopjes en andere dingetjes uitlegt als escapisme, de vlucht voor de morele druk waaraan we permanent blootstaan. Ook is de jacht niet gericht op het pakken van de prooi, maar op het instandhouden van de jacht zelf.

Verwarring zien we ook wanneer we kijken naar bovenstaand beeld van de Engels-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare, Revolution Kid (fox). Het staat in het museum Beelden aan zee in Scheveningen. Het is een mens met een vossenkop. Hij draagt verwarrende kleding, westerse snit maar met Afrikaans aandoend dessin. Hij draagt een pistool, maar dan wel een van goud, zodat ik meteen denk aan The Man with the Golden Gun, dus aan film. En in zijn andere hand heeft de vossenman een blackberry, zodat het lijkt of hij in tweede instantie toch liever communiceert dan schiet.

In de toelichting wordt me uitgelegd dat we moeten denken aan Khadaffi, die een gouden pistool had. Dus toch geen film! Lees zelf maar:


Khadaffi is jager en prooi. Met zijn Afrikaanse kleding symboliseerde hij de verwarring van culturen, op een vergelijkbare manier als de vos van Shonibare, denk ik erbij. Maar bij de Arabische Lente denk ik weer aan de opstandelingen, de mobiel was vooral hun symbool. Shonibare schuift dus twee symbolen ineen, dat van de rebellen en van de politiek leider tegen wie ze in opstand komen.

In de revolutie is de jager de prooi en de prooi de jager, zo mogen we nu voorzichtig concluderen. Er heerst verwarring alom. Misschien kunnen we ook denken aan de coup van Turkije, waarbij Erdogan prooi is maar de coup gebruikt om iedereen op te jagen die hem zou kunnen dwarszitten. Hij heeft weliswaar geen gouden pistool en Afrikaanse kleding, maar gedraagt zich wel als een dictator in niet-westerse stijl en krijgt net als Khadaffi de warmste sympathiebetuigingen uit het Westen.

Laat ik er nog een foto bij zetten:


Het is een Oud-Romeins beeld van een Romeinse generaal met - naar ik meen - een honden- of Anubiskop, in het Vaticaans museum. Egypte is door de Romeinen onderworpen, maar er waren soms innige banden van sympathie en liefde, gesymboliseerd door de verhouding van Caesar met Cleopatra, en later van Marcus Antonius. Het beeld past zeker ook bij de vergoddelijking van de keizer die na de dood van Caesar al begint en een voorgeschiedenis heeft in Alexander de Grote en Perzische koningen. De vergoddelijking van Alexander werd ook weer bezegeld in Egypte.

Zitten we hier nog in de beeldentaal van de jacht? Zeker wanneer je verhalen en gedichten over Marcus Antonius leest. Horatius schildert de vlucht van Cleopatra voor Octavianus bij de slag bij Actium (31 v. Chr.) als de vlucht van een prooi voor een roofdier. Daarmee krijg je toch enige sympathie voor de underdog, wat opmerkelijk is gezien de steun die Horatius moest betuigen aan zijn vriend Octavianus, beter bekend onder zijn titel en bijnaam Augustus.

Wikipedia leert me dat de kop van Anubis niet een hond is maar een jakhals. Dit dier staat bekend als aaseter, maar in de Egyptische godenverering overheerste de associatie met het graven, wat wijst op de bescherming van de doden. 'Voordat Osiris belangrijk werd was Anubis de belangrijkste begraaf-god.' De jacht heeft met andere woorden al plaatsgevonden, de prooi is gedood en moet worden beschermd tegen ongewenste aantasting. Het is dus eigenlijk best ironisch dat Egypte bekend staat als het land van de grafroof. In de Romeinse tijd werd Anubis vaker met harnas afgebeeld als de bewaker van Horus (de god met valkenkop, dus is er toch weer een of andere link met de jacht...).

Zeker ook ironisch is dat Khadaffi bekendstaat als een dode dictator die we naar believen kunnen inzetten, zoals hij ook al in zijn leven door de Westerse leiders naar believen kon worden ingezet, als vriend en vijand, en zoals dat tegenwoordig ook met Erdogan gaat.

Misschien moeten we de schoonheid van Shonibare's vossenbeeld interpreteren volgens de oude functie van Anubis, de bescherming van de doden. Posthuum krijgen Khadaffi en de opstandelingen zo niet een eerbetoon (dat verdienen ze zeker niet, gezien ook de huidige overname van de Lybische revolutie door IS), maar toch enige glans die de grafdelvers op afstand moet houden. Alsjeblieft niet teveel vijandschap en niet teveel liefde, zou je kunnen zeggen. Laat Anubis met de andere goden hun werk doen, het wegen van de zielen in de hal van de waarheid.

Die hal bevindt zich in het dodenrijk. De opdracht die we Erdogan en anderen geven om de zielen van bijvoorbeeld vluchtelingen nu al te wegen lijkt dus voortijdig. Shonibare verblindt ons even met zijn goud en dessins zodat we terugschrikken en misschien gaan overpeinzen waar we in godesnaam mee bezig zijn.

zondag 17 juli 2016

Sport is fascistisch

Vorig jaar heb ik op Geleg de Tour de France gevolgd. Ik kwam uit bij de essentie van de Tour, namelijk de jacht. Elke dag opnieuw wordt er een jacht in scène gezet. Die heeft een monumentaal en ritueel karakter. We worden gemaand te herdenken en na te denken. We denken terug aan de Franse koningen die met hun gevolg de buitengebieden betraden om daar de prooi te bejagen die ze zelf hadden uitgezet. In die buitengebieden ontsnappen in onze zomers elke dag een paar fietsers die achterna worden gezeten door de horde en meestal vlak voor de finish worden gepakt. En uiteindelijk wint Froome.

Sindsdien werd ik een paar keer opgeschrikt door schrijvers die de sport in een fascistische setting terugplaatsten. Agamben herinnerde me aan het voetbal in de Duitse concentratiekampen. Laurent Binet in HhhH herinnert aan de voetbalwedstrijden van de Duitsers en aan de sluiting van scholen en universiteiten in Tsjechië na de bezetting. Het docentenkorps moet worden vernietigd en de jeugd wordt heropgevoed in de sport. Binet maakt drie opmerkingen (p.217):
  1. In Tsjechië wordt net als elders de eer van het nationaal onderwijs door niemand zo slecht verdedigd als door de minister van Onderwijs. (...)
  2. De eer van het nationaal onderwijs wordt wel degelijk verdedigd door de docenten, die wat je verder ook over hen kan denken de naam hebben subversieve elementen te zijn, en verdienen dat men hun daarvoor hulde brengt.
  3. Sport is en blijft fascistische smeerlapperij.
 Ik moet daaraan steeds denken als ik de Tour kijk, toch een onschuldig tijdverdrijf. Nu had ik vorig jaar de filosoof Roland Barthes gevolgd in zijn ontmaskering van de Tour als burgerlijke façade. Burgerlijk is nog niet hetzelfde als fascistisch. Maar het is niet al te moeilijk om, ook als je de façade onderkent in het communistische oosten, het ideologische karakter van de sport te herkennen. Sport wordt altijd door de politiek gebruikt om ons te trainen in een bepaald soort taal, een taal die ons massaal enthousiast maakt voor iets waarvan we allemaal vinden dat het een bijzaak is, maar die opeens een hoofdzaak lijkt. De ideologie is bedoeld om ons volgzaam te maken, om ons te laten vergeten dat er in de wereld problemen moeten worden opgelost en dat we worden vermorzeld door een politiek-economisch systeem.

Vrijdag moest ik daaraan denken toen ik Tom Dumoulin voor en na zijn etappe-overwinning in de tijdrit een poging zag doen gedrag te tonen dat paste bij de ernst van de aanslag in Nice. Tom was ingetogen. Tom heeft mijn sympathie. Maar het gaat niet om Tom. Wanneer ik schaamte voel bij het kijken naar sport gaat het om mijn schaamte. Het gaat om mijn persoonlijke schaamte en mijn plaatsvervangende schaamte. Ik schaam me voor de sport.

Er is een tijd geweest dat ik weinig sport keek. Dat was in de jaren tachtig. Daarna was het, vooral na de goal van Van Basten in '88, en vogue om sport te kijken, ook en vooral als je kritisch intellectueel was. Je schaamde je voor de elitaire interesses. Opnieuw dus schaamte, het was vooral schaamte die me ertoe bracht om in de jaren negentig meer sport te kijken.

Nog steeds kijk ik sport, in deze lange sportzomer, met plezier, maar onderhuids is de schaamte nooit verdwenen.

Sport maakt me duidelijk dat ik deel uitmaak van het jachtgezelschap en dat het leven van de prooi me geen moer interesseert, welke prooi dan ook, waar dan ook. Het geeft me een ongemakkelijk gevoel van medeplichtigheid, en ik vermoed dat het dit gevoel onder meer is wat de permanente overmaat aan enthousiasme verklaart dat de sport wil oproepen. Het enthousiasme van de winnaar.

Let wel, ik zeg niet dat ik geen sport meer kijk, maar ik probeer door mijn overwinningsroes heen mijn andere gevoel te peilen en ook mijn politieke verstand te activeren. Het geval Rusland maakt het me gemakkelijk. Ik ben Rusland dankbaar, het Rusland met jager en judoca Poetin aan het hoofd.

 Afbeeldingsresultaat voor putin hunting





maandag 11 juli 2016

Zo pak je dat aan

Eerst moet je zorgen dat je zelf veilig bent. Zorg voor mensen die jouw ergernis delen, bijvoorbeeld in jouw straat, of wiens kinderen les hebben van dezelfde docent. Ze kunnen je ondersteunen vanuit hun belang, maar zeker ook vanuit de anonimiteit. Nu ben je een groep.

Open de aanval niet meteen. Wacht tot er enkele kleine aanleidingen voor ergernis zijn gebeurd. Kijk naar het effect, bijvoorbeeld hoe de leidinggevende de werknemer ter verantwoording roept.

Spreek dan een collega van de betrokkene aan, iemand die door hem wordt vertrouwd. Dit heeft het voordeel dat die collega ongewild betrokken wordt in jouw onderneming, want hij of zij zal beiden te vriend willen houden en de vertrouwelijkheid met jou willen bewaren. Zo kan deze collega in een latere fase eventueel fungeren als buffer voor de klappen die de betrokkene uitdeelt om zich te verdedigen.

Spreek die collega aan op het algemene belang. Zorg daarbij dat je de mensen die jou steunen niet noemt. Verwijs naar het verleden, waarin ook al eens een docent van een klas is afgehaald. Zo lijkt het minder buitenissig.

Belangrijk is dat je nu rustig afwacht tot de praatjes op gang komen. De betrokkene zal zich vernederd voelen omdat op hem een aanval is geopend zonder dat hij ervan in kennis was gesteld. Hij zal iedereen potentieel verdenken en bij een aantal mensen steun zoeken. Hij zal verdenkingen opperen maar net niet het fijne ervan weten.

Dit is in jouw voordeel, want nu lijkt het of jijzelf het slachtoffer bent. Je hebt nu in de ogen van de meeste betrokkenen het recht aan jouw kant.

Je zou nu kunnen doorpakken. Maar beter is het om rustig te wachten totdat de betrokkene uitgeput is. Hij vertrekt vanuit zichzelf.

Betreur herhaaldelijk het vertrek van je collega.






woensdag 6 juli 2016

De dichter wordt even wakker

Van de wake up call zou je al doordenkend kunnen uitkomen bij de muziek, maar ook bij het gedicht. Toegegeven, de dichter lijkt ons eerder in slaap te sussen. In de nacht van de poëzie vroeger raakte de luisterende massa betoverd, geholpen door de zoete Kriek Lambieks. Het handelen en het denken worden uitgeschakeld om plaats te maken voor de verbeelding.

Maar, zoals Leo Hermens ooit dichtte, 'tot zoverdetover'. Deze titel van de dichtbundel laat zich lezen als een verglijding, zeker ook door het geschreven legato waarbij de losse woorden hun betekenis inleveren. Maar het 'tot' laat zich niet wegmasseren, zelfs niet door de alliteratie met 'tover'. Al na het eerste woord houdt Hermens in, hij brengt een cesuur aan. Letterlijk betekent caesura het hakken of vellen, bijvoorbeeld van een boom. In de poëzie betekent het een pauze in een vers.

De cesuur werkt, net als het enjambement, als een kenmerk van poëzie.  Ze kondigt een spanning aan tussen muziek en betekenis die we - met enige inspanning - kunnen terugvinden in elk vers van de bundel. Nemen we de proef op de som in het gedicht Klinkt als, dat als volgt afsluit:
De krul waarin je ligt, op je lippen woorden
stil, de vinril van een zeepaardje.
De regels starten als een alexandrijn met dansende jamben, waarin we ons zachtjes laten meewiegen. Dan volgt de cesuur, gemarkeerd door de komma maar ook door de metrische verandering. Een gelijksoortige werking als de cesuur heeft het enjambement, waarin de beweging met het woord 'stil' tegelijk wordt stilgelegd en weer op gang gebracht. Opnieuw weer, net als in de titel van de bundel, een cesuur na het eerste woord. Vervolgens wordt de jambische dans hernomen en metrisch tot rust gebracht met het laatste woord van het vers, zeepaardje.

Lukt het ons om via de cesuur de sprong te maken naar het denken en naar ons thema, het jagen?

Ja, voor het gemak maar even met hulp van Agamben. Hij wijst in Idee van de cesuur (dat ik in Duitse vertaling las in Idee der Prosa) op een lange uitlegtraditie waarin de dichter met zijn rede (de logos) zich laat voortdrijven door zijn stem, die hij berijdt als een paard. In moderne poëzie (Pascoli, Delfini, Penna) wordt het paard vervangen door een fiets.

De cesuur werkt als het inhouden van de beweging van het paard. Het effect ervan is, volgens Agamben, die daarbij weer teruggrijpt op Hölderlin, dat de dichter heel even aan het denken slaat. Maar wat hij denkt is niet een of andere gedachte, het is niets anders dan de stem en het ritme zelf, die even in der Schwebe worden gehouden:
Der rhythmische Transport, der den Schwung des Verses trägt, ist leer und trägt nur sich selbst. Es ist die Zäsur, die als reines Wort - für eine Weile - diese Leere denkt, in der Schwebe lässt, während das Pferd der Dichtung eine Weile einhält. (Idee der Prosa, p.26)
Ik zou nu lange beschouwingen kunnen houden waarin we de cesuur vervolgens uitvouwen over de filosofie van Agamben, via het thema van de 'buitenwerkingstelling'. Maar laat ik - om inslaping te vermijden - terugkeren naar dat andere paard dat de logos van de dichter draagt, het zeepaardje van Leo Hermens, het ritme, de cesuur en het beeld.

De spreker ligt in de krul van het zeepaardje, tot zover niets nieuws, Hermens stapt daarmee in de traditie van Origines tot en met Penna. Bij Willem van Aquitanië (rond 1100) is de dichter zelfs op zijn paard in slaap verzonken, durmen sus un chivau. Door de cesuur worden we lichtjes wakker geschud, maar deze subtiele wake up calls zijn de vinril van het zeepaardje, ze houden het paard in beweging. Of juist op zijn plaats, want anders dan een landpaard staat het zeepaardje niet zelden stil in het water.

We raken nu ook door het beeld - de vinril van het zeepaardje - in een zwevende toestand, die haast overbodig door Hermens wordt geïnterpreteerd als (Homerische) vergelijking van de woorden die 'stil op je lippen' liggen. De dichter wordt even wakker en wat hij ziet of hoort is niets meer dan de beweging, de stem van het gedicht. Of andersom, doordat hij met zijn ritme de beweging in gang houdt, maakt hij plaats voor een stilstand die het gedicht brengt tot bij zijn gedachte, bij zijn 'tot'.

We zijn niet bezig met een interpretatie of vertaling. Het gaat me om de beweging van het jagen, rond de hoofdvraag: waarom brengen we ons steeds weer opnieuw in een onderneming waarin we een prooi uitzetten, die najagen, maar bij dat jagen steeds weer inhouden? Waarom niet gewoon die prooi meteen pakken, of hem laten gaan?

Het dichten verheldert iets over het jagen, het gedicht draagt de logos en drijft hem voort. Maar we kunnen het gedicht niet beperken tot de beweging van het ritme. Zonder cesuur is er geen gedicht mogelijk, dat wil zeggen: zonder gedachte. Maar de gedachte wordt noch van binnenuit het gedicht uitgevouwen, noch van buitenaf aangedragen. Ze is niets anders dan het even wakker worden doordat de stem zich onderbreekt en we überhaupt merken dat er een stem klinkt, dat het gedicht er is en 'klinkt als'.

Vergelijk het met een valpartij in de Tour. Alles hoopt zich op als wiel, mens en lawaai, de kijker thuis op de bank schrikt even wakker. Vervolgens wordt de jacht op de kopgroep hernomen, bebloed en bepleisterd zoals dat gaat.