vrijdag 20 oktober 2017

Godin van de jacht

Diana staat bekend als een van de maagdelijke godinnen. Lees je Heleen van Royen, dan denk je niet in de eerste plaats aan een maagd. En toch is de maagdelijkheid misschien een sleutel die we nodig hebben om haar innerlijke domein te penetreren.

Ik heb Godin van de jacht 's nachts als luisterboek tot me genomen, in flarden. De nacht is de tijd van Diana, de godin van de maan ook. Je wordt een beetje geschift en vindt even niemand anders met wie je dit gevoel kunt delen. De volgende stap is dat je je vertoont aan anderen. Zoals ik nu hier aan u, en Heleen dus aan mij, via de stem van Marjolein Algera. We delen dit geheim van de eenzaamheid en weten voortaan ook overdag dat we onder onze kleren naakt zijn.

Het boek draait dus om de ik-figuur. De anderen zijn haar prooi. Het is van belang dat de ander geen meester is, geen jaloerse meester. Hij moet worden omgetoverd in een kind of vluchtige schim. Hij komt even langs en verdwijnt weer. In een vloeiende beweging leidt het boek ons van de stevig neukende Joshua naar de op bevel masturberende Joshua. Tussendoor maken we (een beetje) kennis met echtgenoot Oscar (ik denk dan meteen aan Die Blechtrommel) en cursusleider Tim Kloosterziel, een naam die me meteen doet denken aan maagdelijkheid.

Tussendoor hoor ik Diana bidden tot God. Ze biecht de zonde op die erin bestaat dat ze niet veilig heeft gevreeën en belooft dit nooit meer te doen. Maar vergeefs, uiteindelijk is ze zwanger geraakt en moet ze abortus plegen, haar welverdiende straf. Maar het is een straf die zoals je van God kunt verwachten meteen ook bevrijdend werkt. Diana krijgt geen kind erbij. Want kinderen zijn hinderen voor deze maagd.

De kinderen moeten daarom worden verbannen. We kennen Diana's wreedheid, Ifigeneia moest ooit worden geofferd omdat haar vader een hert uit haar heilige woud had geschoten. Kinderen mogen dan misschien niet schuldig zijn, ze brengen wel redding omdat je je op hen ongestraft kunt afreageren. Daarom worden de kinderen in deze roman permanent vervloekt. Ze worden vervloekt of geaborteerd omdat ze Diana alleen zo kunnen redden, met haar maagdelijkheid.

Diana lijkt een actieve, ondernemende vrouw. Dat is ze zeker wel, maar vooral als magisch sprekende vrouw. Ze betovert de wereld door te vloeken, bevelen, betoveren, bidden. Ze krijgt de recensies ongewild op haar hand die haar verwijten dat ze haar personages geen leven gunt, de recensies behandelen Diana zelf als een prooi en hebben niet door dat ze zelf betoverd zijn door de maanzieke Diana.

Alleen ik, zo droom ik wanneer ik bij de roman in slaap val en weer wakker word, alleen ik kan doordringen tot de eenzaamheid van deze maagd Diana, doordat ik deze blog schrijf waarmee ik alles om me heen betover, ik heb de maagd Diana weer even teruggetoverd in een vrouw van wie we kunnen houden, op afstand en met mijn sleutel ferm in mijn hand.Afbeeldingsresultaat voor actaeon


zondag 1 januari 2017

De jacht tussen natuur en cultuur

De Zwitserse filoloog Karl Meuli kwam in 1946 met een belangrijke these over het offer (ik heb me een paar dagen geleden naar aanleiding van Laurens ten Kate verdiept in het offer, zo kom ik erop). Dat zou ontstaan zijn uit de jacht. Dat concludeerde hij uit allerlei acheologische vondsten. De jacht werd in grotschilderingen vaak weergegeven als een ritueel. En bij de rituelen wordt een jacht in scène gezet. In het boek Homo necans (1972) gaat de Duitse classicus Walter Burkert in op de bevindingen van Meuli. Vondsten van beenderen van holenberen getuigen van de praktijk van Neanderthalers dat ze de beren na hun dood en na consumptie bijzetten in een grot. De beenderen werden zorgvuldig gerangschikt. In culturen van diverse continenten werden 'berenfeesten' georganiseerd, rituelen rond de jacht op beren.

Kunnen we deze continuïteit ook viceversa interpreteren? Zit er in elke jacht niet de idee van een religieus offer? Hoe dan ook is het moeilijk beide fenomenen te verdelen over verschillende historische stadia. Op het moment dat je de jacht uitbeeldt krijgt het al de trekken van een ritueel. Beelden kun je nu eenmaal niet eten en daarom lijkt het ritueel (uitbeelding, feest) geen biologisch voordeel op te leveren.

Voor Agamben is aan deze these belangrijk dat het geweld (van de jacht en het offer) geen biologisch gegeven is. Hoezo van de jacht? De mens is in biologisch opzicht niet erg geschikt voor de jacht. Om die te verklaren hebben we dus een andere dan een biologische verklaring nodig. En die is er niet, behalve het offer dat de cultuur sticht. De breuk met de natuur die wordt verbeeld in de cultuur vindt dus plaats in het offer, dat in continuïteit met de jacht moet worden gedacht.

Hoe moeten we deze voorstelling rijmen met het gegeven dat ik eerder in deze blogserie behandelde, het biologische onderscheid tussen roof- en prooidieren? Lezen we Burkert, dan probeert deze juist een biologische oorsprong van jacht en ritueel te vinden. Tegelijk gelooft hij op basis van culturele patronen, zeg maar de 'taal', dat er een 'ultieme betekenisgever' moet zijn die tegelijk niet tot deze gegevens kan worden herleid. Zo probeert Burkert biologie en religie in een relatie van continuïteit te brengen. De biologie verklaart de religie, maar evengoed verklaart de religie de biologie.

Een dominant motief in de biologische verklaring van de jacht is de angstreflex. De jacht zou dus wel in functie kunnen staan van het overleven. De belangrijkste reden dat Burkert toch blijft geloven in een ultieme betekenisgever is dat de biologische gegevens te complex en meerduidig zijn om er de taal mee te kunnen verklaren.

Het lijkt er dus op dat Agamben een beetje overhaast te werk gaat wanneer hij Burkert inzet voor zijn uitleg van de grondeloosheid van het offer. Ik zou op grond van wat ik van Burkert lees eerder voelen voor een Deleuziaanse uitleg van de realiteit als chaos, waarin diverse menselijke praktijken - wetenschap, filosofie en kunst - op verschillende manieren een 'coupure' aanbrengen om zich tegen die chaos teweer te stellen.

Betekent dat automatisch dat we de fundering van het offer in zichzelf of in een andere realiteit moeten opgeven? Nee, dat ook weer niet. Je vindt bij zowel Deleuze als Agamben een grote sympathie voor neuropsychologische verklaringen, al worden ze bij Deleuze ook kritisch geherformuleerd volgens zijn filosofische schema's. Het is dus niet al te ver gezocht om de kwestie of we het offer kunnen funderen in reflexmatige reacties open te laten.

Ik zou wel eens willen weten welke betekenis het gegeven dat predatoren ook altijd prooidieren zijn kan hebben voor de cultuurfilosofie. We zijn vaak geneigd het geweld van de cultuur te interpreteren in actieve zin, als gevolg van een aanvalsdrift. Maar is het niet evengoed (of evenmin) het gevolg van een angstprikkel? Angst en agressie gaan vaak samen, met name in de verschijningsvormen van religie hedentendage. Geweld zouden we dus niet te snel in actieve zin moeten opvatten en we zouden vaker kunnen denken aan een uitleg in passief-actieve zin, of als 'medium' (de latere Agamben schuift deze tussenvorm geïnspireerd door het Oud-Grieks en door Spinoza enkele keren naar voren).

Er hoeft dus niet noodzakelijk een ultieme betekenisgever te zijn, evenmin als een natuurlijk lichaam dat zijn betekenissen ontvangt vanuit de cultuur, of andersom. Zijn we eenmaal in staat om (weer) volgens het medium te denken, dan hoeven we ook de fundering van de cultuur in het offer niet per se te denken in termen van negativiteit, van een verhouding tot een bestaande grondeloosheid. De zelffundering van de cultuur is niet per se of uitsluitend op te vatten als reactie op een oorspronkelijke negativiteit, maar kunnen we evengoed (of evenmin) opvatten als een positief gegeven waarin natuur en cultuur twee kanten van eenzelfde medaille zijn, kanten die zich voortdurend verenigen en splitsen.
Afbeeldingsresultaat voor berenfeest


vrijdag 16 december 2016

De dienst die Jean-Pierre Geelen mij bewijst

Het viel me al meteen op toen ik aan deze serie begon, en ik heb het ook vermeld: Jean-Pierre Geelen van de Volkskrant schrijft graag over de jacht en met jachtmetaforen. In het jaloerse mij heft zich het lied aan van Schubert:
Was sucht denn der Jäger am Mühlbach hier?
Bleib, trotziger Jäger, in deinem Revier!
Hier gibt es kein Wild zu jagen für dich,
Hier wohnt nur ein Rehlein, ein zahmes, für mich.
De jager moet dus met zijn fikken van de mooie molenaarsdochter afblijven. Aan het eind van het korte lied krijgt hij toch nog een taak toegewezen. Hij moet de evers maar afknallen die de Kohlgarten van de schone aanbedene komen plat trappen.

Het lijkt erop dat mijn jager Jean-Pierre Geelen zoiets inderdaad doet. Hij pakt voor mij de evers aan die het gebied van mijn prooi verstoren. Hij pakt vandaag De Telegraaf aan, die de hoorn blaast omdat de Belgen de krant overnemen, hij pakt eigenlijk voortdurend mensen en misstanden aan en veegt daarmee mijn tuintje schoon.

Mijn tuintje, dat is toch wel de filosofie. Het is de molen waar de door mij aanbeden filosofen alles vermalen zodat ik er weer brood van kan bakken en ervan kan smullen. Ook nu weer sta ik op het punt over te schakelen naar de prachtige beschouwing van Agamben over het 'trefo' (voeden) van Aristoteles dat ik dan weer kan gebruiken voor een verrassende beschouwing over opvoeding en onderwijs.

Maar helaas en vooral ook gelukkig. De lezer ziet ongetwijfeld liever dat de zanger zich verdrinkt in de beek omdat uiteindelijk de mooie molenaarsdochter toch door de jager wordt weggekaapt. De lezer luistert graag naar het kabbelen van de beek dat troost biedt voor de hartverscheurende afgang van de zanger, de lezer weet dat het altijd al de beek was die zong door het zingen van de zanger.
Gute Nacht, gute Nacht!
Bis alles wacht,
Schlaf aus deine Freude, schlaf aus dein Leid!
 Der Vollmond steigt,
Der Nebel weicht,
Und der Himmel da oben, wie ist er so weit!
Mocht het dus nog van z'n beschouwing over voeding komen, dan weet u alvast dat Jean-Pierre Geelen mij voor was. Niet omdat de filosofie hem interesseert: die blijft vooralsnog mijn vluchtgebied. Maar wel omdat hij de nieuwsfeiten voor me behandelt, hij maakt ons duidelijk hoe we ons voeden met roddels die weer nieuwsfeiten opleveren, en daarmee de wereld tevoorschijn toveren die we om ons heen zien, zodat er in dat bos voor mij als kritisch denker geen prooi meer overblijft. Soms treft Geelen zelfs twee prooien met een schot, waaronder een evert:
Twee jaar geleden was De Telegraaf ook op oorlogspad. Het bedrijf wilde de NRC kopen. Was dat gelukt, dan zou columnist Youp van 't Hek collega zijn van 'de gluiperige roddelkont Evert Santegoeds & consorten' - een brug te ver: hij zou vluchten. Benieuwd met welk wapen Youp zich morgen gaat redden.

 Afbeeldingsresultaat voor evert santegoeds

zondag 25 september 2016

De verdediging van de dode

Voor Milan Kundera had ik niet veel bewondering. Ik vond zijn filosofische intermezzo's in zijn romans irritant. Maar van een vriend kreeg ik zijn essayboek Verraden testamenten, en ik moet bekennen dat ik door Kundera aan het denken word gezet over zaken die ertoe doen

Een van de vele lichten die Kundera laat schijnen over de kwestie Max Brod, want die staat centraal in zijn boek, is de idee dat de literaire schrijver het morele recht heeft te beschikken over zijn werk. Kafka gaf Brod herhaaldelijk de opdracht zijn werk na zijn dood te vernietigen. Maar zoals bekend heeft Brod zich aan die opdracht niet gehouden.

Nu luidt de verrassende ontknoping dat Kundera de wil van de schrijver weliswaar als een wet beschouwt, maar de mogelijkheid openlaat dat we de wet overtreden. Je moet er dus eerlijk over zijn. Wat ik doe mag niet, maar als ik dat toegeef is het minder erg.

Op dit punt wordt Kundera weer irritant voor mij. Brod noemt hij een mysterie omdat hij geen respect heeft voor het eigendomsrecht van zijn beste vriend, maar zelf is hij evenmin bereid dat recht te respecteren. Het is namelijk onmogelijk de drie grote romans van Kafka te verbranden als je eenmaal tot je laat doordringen welke wijsheden ze ons te bieden hebben.

De actualiteit van deze problematiek geldt onverkort in onze dagen. De dode moet zijn organen doneren, al behouden hijzelf en zijn nabestaanden het recht om dit te blokkeren.

De problematiek is verder van alle kanten belicht door denkers die ik met fascinatie lees: Levinas over de schaamte, Derrida over het testament en Agamben over de wet die geldt en niet moet worden verward met de schuld van de aangeklaagde.

Hoe irritant ook, of misschien wel evenzeer daarom, via Kundera leer ik iets over een soort jacht die uit is op de vernietiging van de prooi. Eerder hebben we gezien dat de jager er juist belang bij kan hebben zijn prooi in leven te houden. Dat speelt ook hier. Om het oordeel over Kafka te onderstrepen moeten we hem de hemel in prijzen, zijn werk volledig laten drukken. We moeten de 'verraden testamenten' bekritiseren om onze claim op de erfenis kracht bij te zetten.

En toch zien we als we Kundera lezen dat de kracht van de vernietiging lijkt te domineren. In de totalitaire samenlevingen waren aanklachten niet gericht op correctie maar op vernietiging van de burger. Het proces van Kafka past daarin omdat Joseph K zich steeds meer identificeert met zijn aanklagers, daarin schuilt de hele zin van de Bildung die hij ondergaat. In de westerse samenlevingen ziet Kundera evenzeer processen die uit zijn op de vernietiging van het individu, met name in de rockmuziek en in de media die de grens tussen privé en openbaar opheffen. En passant lijkt het of hiermee ook de schaamte is opgeheven, de schaamte die bij Joseph K nog lijkt te overleven.

Uiteindelijk is het niet de schaamte maar de liefdevolle herinnering die rest. Kundera schuift het beeld naar voren uit zijn eigen roman, Het boek van de lach en de vergetelheid, van het personage Tamina die haar echtgenoot verloren heeft maar niet in staat is hem als dood te beschouwen. Zo regisseert Kundera misschien zijn eigen nagedachtenis, denk ik dan, omdat het voor hem onmogelijk is dat niet te doen.

Precies zo onmogelijk is het mij deze notitie ongepubliceerd te laten. Ik temper het vernietigende geweld van mijn blogs door ze prijs te geven aan een vluchtig medium. De grens tussen privé en openbaar wordt erin gereconstrueerd als een dun gordijn, een mist zou je kunnen zeggen. Niet de mist die Kundera waarneemt rond Majakovski en waaraan we recht moeten doen in ons oordeel. Eerder een geconstrueerde mist, een mist die wel moet leiden tot mistkenning.

Afbeeldingsresultaat voor boekverbranding


zondag 28 augustus 2016

In de film komt de vos

Zojuist keken we bij Zomergasten naar de klassieke scène. De ganzen betreden de oever, ergens in de Oostvaardersplassen. Gevaar dreigt! En ja, daar daagt de vos op. Hij jaagt een tijdje op de ganzenkuikens en weet er uiteindelijk een te vangen.

De muziek en de montage maken ons duidelijk dat zich een heus drama afspeelt. Alle oneindig geduld van Ruben Smit is ergens goed voor geweest. We zien nu dat de natuur niet saai is! En zo worden we opgevoed, zeg maar gebildet.

Zomergast Andrea Maier glundert, lacht en zuigt haar lach weer gretig binnen. Het is allemaal spectaculair en provocerend. Haar onderwerp: ouderen die gezond honderddertig worden!

Waartoe worden we geëduceerd? Moeten we wetenschap interessant vinden? Moeten we via de wetenschap de natuur interessant vinden? Moeten we via de genii de wetenschap en de natuur interessant vinden?

Of moeten we helemaal niets, juist omdat we honderddertig kunnen worden? Juist dan kunnen we denken: kan altijd nog, die natuur, die wetenschap. Eerst maar eens doen wat we nu interessant vinden, namelijk kijken hoe Thomas Erdbrink zo ontzettend zijn best zit te doen. En hoe het maar niet wil.

Afbeeldingsresultaat voor vos ganzen

woensdag 24 augustus 2016

Niet te onderscheiden

Zojuist las ik het bericht dat in de bossen tussen Servië en Bulgarije een vluchteling is neergeschoten. Het betreft een jonge Afghaanse man. Toevallig werd er in het gebied gepatrouilleerd en gejaagd op wild. Nu ja, toevallig,,, Premier Vucic van Servië laat de patrouilles uitvoeren omdat er steeds maar migranten en vluchtelingen Servië binnenkomen.

Even analyseren. Er zijn enkele zaken in het bericht onhelder. Het gaat om een grensgebied tussen twee staten, het gaat om twee verschillende groepen die met wapens rondlopen. Het is nog onduidelijk of er met opzet is geschoten en door wie. Bij het slachtoffer stonden vier jagers, en een van hen is aangehouden. Meer weten we vooralsnog niet. Kortom, gaat het wel om een jacht?

Wij stellen ons de jager voor als een heer die trots het beheer voert over zijn gebied. Maar soms schaamt de jager zich, en soms vertrouwt hij de communis opinio niet. Allebei redenen om zich gedeisd te houden. Het bos wordt zijn revier, de neutrale beheerderstaal wordt zijn verstek.

Is het zo dat we de jager bij dit incident verdenken? Nee, ik ben meer geïnteresseerd in de mogelijkheid dat er in deze jacht, in elke jacht wellicht, iets ononderscheidbaars zit. Het is onmogelijk om te weten of het bij de jacht inderdaad om de jacht gaat. Er lopen andere mensen in de buurt, en die anderen zijn geen indringers, niet zonder meer. Het kan de jager goed uitkomen dat er patrouillerende agenten en vluchtelingen door zijn gebied lopen. De jager kan zijn schot tot een incident maken, hij verschaft de agenten het alibi van het schietincident. En al evenzeer verschaft hij de politici de wereldvisie van het gebied. De staat wordt dankzij de jacht gezien als een gebied waarin vluchtelingen gezien worden als indringers, illegalen of vogelvrijen.

Goed, de jager is gearresteerd. Het lijkt nu of hij zelf de verbannene is. De media roepen de hoon over hem af.

Alleen al door deze overwegingen, niet noodzakelijk mijn overwegingen, maar overwegingen die ronddansen rond het incident, ontstaat een woud van aspecten en vertakkingen. Kronkels, sommige evident onterecht, andere geven een vaag gevoel van bevreemding en ongemak.

Het resultaat is dat we het niet precies weten, omtrent de jager. We vinden de kogel in de borst van de vluchteling, maar is die kogel niet ook een beetje van iedereen?

Afbeeldingsresultaat voor grens bulgarije servie

donderdag 18 augustus 2016

Ik wil het niet zien

Ook weer zo'n rare discussie dezer dagen in de Volkskrant. Het lijkt er sterk op dat tandartsen en atleten het wild opzoeken om het op een spectaculaire manier te doden. Er verschijnen foto's, en het verbaast mij niets dat het veel ophef veroorzaakt.

Kortom, er ligt tegenwoordig een link tussen de jacht en het spektakel.

De argumentenmachine blijft natuurlijk doordraaien. Iedereen wordt vriendelijk aan het woord gelaten door de media's, de voor- en tegenstanders. Er wordt een meer of minder subtiel sausje over de argumenten gegoten waaruit de ideologie van de krant of zijn lezers mooi aan het daglicht komt. Op een natuurlijke manier naar voedsel zoeken bijvoorbeeld. Of de dierenbescherming bij monde van Camille Courbois, 'je weet nooit wat je aanwakkert'.

Het lijkt wel filosofie. Toch zit daar volgens mij niet de echte filosofische portee. Het gaat niet om het vinden van de juiste rechtvaardiging of veroordeling met de adequate argumenten. De filosofische portee van dit soort berichten zou wel eens kunnen zijn dat we niet willen weten waardoor we precies aangewakkerd worden. De argumenten hebben niet de functie ons denken over deze zaak te verhelderen, maar om de verheldering tegen te gaan.

Wat zou er uit de bus kunnen komen wanneer we de zaak zouden proberen te verhelderen? Zouden we wetenschappers worden die alle feiten geduldig op een rijtje zouden zetten? Daar komt over het algemeen weinig uit. Een beetje dit, een beetje dat. Ik verwacht er niet veel van, en je mist dan meteen het spektakel, dat zo wezenlijk is voor wat hier gebeurt.

Nee, het zou ons eerder oog in oog brengen met de existentie als zodanig. Wij en de beer, dat is waar ons leven op neerkomt. We hebben een beleid en alle beheersmiddelen. Maar dat zit ons niet lekker, want het geeft te weinig drama. En drama hebben we nodig om de vage wereld te verdichten tot een moment waarop alles in een keer helder is.

Liever doen we die maximale beheersmiddelen dus aan de kant. Ben je speerwerper, dan hanteer je de speer. Ben je columnist, dan breng je de beschaving in het spel. Maar liefst wel met de camera erbij omdat het verschil tussen barbarij en beschaving anders niet te spotten is.

Het is dus het spektakel dat ons verbindt met de jager. Bowmar heeft gewonnen als we zijn filmpje toch even hebben gekeken.


Afbeeldingsresultaat voor speer met camera